Vogeltje

Posted on Dec 9, 2007

“Ik ben een vogeltje,” zeg ik. “Een klein, klein vogeltje. Ik land in je leven om je even gelukkig te maken. Maar er komt vanzelf een dag dat je ineens over me heenkijkt. Dat komt omdat ik zo klein ben. En omdat ik zelf niet op de aanvliegroute van kleine geluksvogeltjes lig.”

Ik ben een beetje dronken. Ik flap er vaker rare dingen uit als ik gedronken heb. Op straat ben ik een keer in huilen uitgebarsten omdat ik dacht dat mensen me een zeeschildpad vonden. Eén keer heb ik een uur gejammerd omdat ik een holenmens wilde zijn, op hertenjacht over de toendra. Lekker romantisch met een lege maag in de post-ijstijd-kou.

“Doe niet zo melodramatisch,” zegt Jeroen en sleept me naar huis. Ik murmel All That Jazz tussen het douchewater door. En ik huil, al weet ik niet zo goed waarom.

Het is 2004. Of 2005. Flarden. Allemaal door elkaar.

* * *

Ik kijk naar hem met andere ogen. Bijna alsof hij een vreemde is.

Hij wil geen koffie, geen taart en ook geen broodje met ham en hüttenkäse waar hij normaal gesproken wel van hield. Waarom heb ik die broodjes eigenlijk gehaald? Automatisme. Ik krijg ze zelf maar moeilijk weg.

Hij begint met schreeuwen. Ik verweer me even hard. In vijf jaar hebben we nog nooit zo pijnlijk ruzie gemaakt. Heb ik nog nooit de duisternis gezien die nu in zijn ogen ligt. Dreigementen, spijt en verwijten vanaf twee meter afstand, verder dan we ooit uit elkaar hebben gezeten. Zijn leven, mijn leven en de chaos daartussen. Het is zo stom, zo cliché, zo onwaarschijnlijk voorspelbaar dat ik wil dat het stopt.

Uiteindelijk barst het en hij huilt. Verschrikkelijk, huilende mannen. Het is alsof mijn hart in tweeën scheurt. Hij snottert in mijn nek en ik wieg hem als een baby. Ik ben geen geluksvogeltje. Als ik al een vogel ben, dan ben ik een schijtduif.

Maar ik ben vooral een mens dat een ander mens pijn heeft gedaan. Verdiend of niet, dat doet niet eens ter zake.

Het is de winter van 2007. Gisteren of eergisteren of vorige week. Alles loopt door elkaar.

* * *

Dit is niet langer ons huis, dit is mijn huis. En de man die in de keuken staat is een andere man, in ieder opzicht. Ik wil geen stomme dingen meer doen. Dus heb ik – zoals altijd – alle consequenties gewogen. En op het cruciale moment – zoals altijd – mijn ogen gesloten.

Ik ben een idioot. Een idioot die heel graag weer wil geloven dat liefde meer goed doet dan verkeerd.

En misschien ben ik ook wel een geluksvogeltje. Een heel kleintje. Maar die gedachte maakt me bang en onzeker. Pijn en geluk lijken buren te zijn in dezelfde straat. En ik wil niet te hard schreeuwen om de één en het risico lopen de ander wakker te maken.

Dus concentreer ik me op hem. Zijn profiel in het tl-licht. De moedervlek boven zijn wenkbrauw. De boog die zijn rug maakt om het fijne werk van zijn handen te volgen. Alles is mooi. Nee, het is mooier dan mooi. Honderdvijfenzeventig blokjes avocado, perfect symmetrisch.

En heel dichtbij, een plekje om te landen.

8 Comments

  1. Hele mooie tekst.

  2. Nice ‘n sweet. Eet smakelijk!

  3. Heel lyrisch en mooi. Maar ik moet toegeven dat ik er weinig van begrijp….

    • Dat geeft niet. Ik denk dat de mensen die me iets beter kennen wel begrijpen waar het over gaat 🙂

      (en eigenlijk is het verder heel simpel: liefde, liefde en de eh… ja, liefde :))

  4. knuffel voor jou. Heel mooi geschreven..

    • Dank je wel 🙂

  5. Zulke mooie blokjes, als dat geen liefde is… al was het maar voor de geest.

  6. Ik zit op de trap en kijk naar de deur.
    Een kwartier later zit ik er nog.
    Inmiddels is zij.
    Voorbijgegaan.
    Aan mij.

    Dan helpt 90cm oven en een vijfpitter incl. wokbrander niet meer.
    Dus kook ik weer voor mezelf. Of laat voor me koken. Heh.

    Ik hou wel van jouw beeldspraak. 😉

    Groetjes,

    Robert T.