Vijf Veelgestelde Vragen over Octopusfobie

Posted on May 20, 2013

Op een kwade Kerstnacht, niet zo heel lang geleden, deed ik iets onvergeeflijk doms. Ik biechtte mijn doodsangst op aan de liefde van mijn leven.

Het was de schuld van de alcohol en mijn totale onvermogen om mezelf ook maar iets cooler voor te doen dan ik ben en gelukkig had Jan daar alle begrip voor. Nog voor het begin van het nieuwe jaar was mijn halve vriendenkring op de hoogte. En was de eerste octopusgrap, ook door Jan, een feit.

.:.

U leest het goed, een octopusgrap. Ik heb namelijk teuthiphobia, een angst voor (grote) inktvissen.

Het is niet de enige angst die ik koester. Ook draaideuren, treindeuren, liften, glazen vloeren in gebouwen en stukken eten waar je potentieel in kunt stikken staan op mijn Facebook ontvriendlijst. Om nog maar te zwijgen over het aantal verraste vreemdelingen dat ik door de jaren heen heb vastgegrepen in het vliegtuig.

Misschien komt het door mijn brein, dat de meest idiote personages en plotlijnen moeiteloos aan elkaar kan knopen en daarmee ook de meest irreële situaties aan een dikke kans op waarschijnlijkheid. Of zit er een andere permanente knoop in mijn hoofd. In ieder geval, omdat mijn octopusfobie mijn meest geplaagde en bevraagde angst van allemaal is, wijd ik er bij dezen een post aan, te weten:

.

Vijf Veelgestelde Vragen over Octopusfobie

Te beginnen met:

.

1) Hoe komt een mens in vredesnaam aan een octopusfobie?

In alle eerlijkheid: ik zou het werkelijkwaar niet weten. Naar wat ik me herinner heb ik geen traumatische aanvaringen gehad met octopussen, ben ik geen gereïncarneerd Hentaimeisje en ben ik ook niet door octopussen gepest op de basisschool.

Wel heb ik met mijn ouders veel op zee gezeild op een zeer gevoelige leeftijd, in gezelschap van mijn toen ook al vrij levendige fantasie (zo herinner ik me dat ik me vaak probeerde voor te stellen wat er allemaal in die honderden meters onder de boot moest leven en omdat ik toen al graag monsterverhalen en horrorboeken las, waren mijn voorstellingen van dat zeevolk alles behalve Disneyproof).

Daarnaast waren er ook de reële angsten die het zeezeilen met zich meebracht, zoals mijn vader die een keer zwemmend in het Kanaal de schroef van de motor heeft gerepareerd, mijn moeder die tijdens een storm voor Zeebrugge de mast in moest om de spinaker los te snijden en de koprol die we een keer in een zeilwedstrijd maakten met diezelfde spinaker.

Het is dus goed mogelijk dat in mijn kleine meisjesbrein de reële angsten aan de irreële zijn gehaakt, waarmee ik ouders overigens niet wil ontmoedigen om hun kinderen mee op zeilvakantie te nemen. Want naast mijn octopusfobie heb ik er vooral heel veel avontuurlijke herinneringen aan overgehouden (en had ik waarschijnlijk in een caravan in Frankrijk wieldopfobie opgelopen of pingpongangst).

.:.

2) Maar het is toch helemaal niet reëel om bang te zijn voor octopussen?

Daarentegen zijn spinnenfobieën, pleinvrees of hippopotomonstrosesquippedaliofobie gelukkig reuze reëel. Het hele ding van een fobie is juist dat de angst in geen enkele verhouding staat tot het object of de situatie in kwestie en dat de angsthaas zich daar zelf ook terdege bewust van is. Dus dat de kans dat ik word opgewacht door een Japanse megainktvis in de Albert Heijn niet heel groot is, dat snap ik, maar dat betekent niet dat zo’n scenario niet bij tijd en wijlen door mijn hoofd schiet.

.:.

3) Wat is er zo eng aan octopussen?

Ergens denk ik dat mijn teuthiphobia een combinatie is van een slangachtige angst (ik vind wriemelende tentakels, net als slangen, heel erg vies en griezelig) met een diepzeeangst (alles wat je niet kan zien onder water). Toen ik een keer werd uitgenodigd om te gaan duiken en onder water de diepte in staarde werd ik daar bijna duizelig van; een soort onderwaterhoogtevrees. Held als ik was heb ik het daarna bij snorkelen gelaten.

Om daarnaast het zogenaamd irreële aspect van mijn fobie te ontkrachten: eigenlijk is het belachelijk dat er niet meer mensen bang zijn voor octopussen. Ze zijn verdraaid slim, hebben acht armen, kunnen tot dertig meter lang worden, zich ook buiten het water redden en daarnaast zijn er soorten die ontzettend giftig zijn, van kleur kunnen veranderen al naar gelang hun omgeving of bekend staan om het uitmoorden van hele zeefaunapopulaties.

Wilt u meer informatie over deze afzonderlijke inktviskwaliteiten of kijken wat u kunt doen tegen octopussen in uw directe omgeving, google vooral zelf, want ik vind het te griezelig om hier alle bijbehorende links bij te zoeken.

.:.

4) Eet je wel octopus?

Met liefde en in grote hoeveelheden. Hoe minder octopus in de zee, hoe beter ik ‘s nachts kan slapen.

.:.

5) Mag ik dit octopusplaatje/filmpje/interieurideetje met je delen op Facebook?

Uiteraard, maar besef wel dat u moet concurreren met inmiddels zo’n goede vijf jaar aan octopusgrappen. Van knuffels tot Youtubelinks tot t-shirts tot anonieme ansichtkaarten tot films tot inktvistapas tot een aanval met een latex tentakel tot rum tot verrassingsbezoekjes aan aquaria tot alle mogelijke menselijke imitaties van octopussen, om nog met een insteek te komen die niet oubollig of gedaan is, vereist enige research en originaliteit.

Daarnaast behoud ik me het recht voor om achter uw wederzijdse fobie te komen (uw directe vrienden en/of partner(s) zijn happiger op het delen van uw intieme geheimen dan u denkt) en deze op enig moment tegen u te gebruiken. En dan hoogstwaarschijnlijk niet in de vorm van een onschuldige Facebookpost. Dus u bent gewaarschuwd.

(En mocht iemand me nog de fobieën van Engelbert en Blommaert kunnen bezorgen, heel erg graag. Iets met een appel en een fikse klokhuisboor).