Tour de Faal

Posted on Jul 9, 2013

Toen mijn bewustzijn vaste vorm aan begon te nemen was het het begin van de jaren 90. De tijd waarin succes een keuze was. Hard werken een garantie voor rijkdom. En de doorsnee mobiele telefoon het formaat had van een diepvriesla. In films zag je yuppen over Wall Street benen met zo’n ding. En zestien koppen ristretto. Julia Roberts werd advocaat. Op drie televisiekanalen smeet Emile Ratelband blijheid in je gezicht per kilo.

Inmiddels is het twintig jaar later en lijkt die selfmadehysterie overgewaaid. Naast talent en enthousiasme is ook geluk geaccepteerd als noodzakelijk succesingrediënt. Er wordt met argwanende ogen naar Wall Street gekeken. Emile Ratelband komt alleen nog maar in het nieuws vanwege brandstichting. En op Facebook juicht enkel nog de achterhaalde manager “succes is een keuze!” bij het opstaan.

Het Faalcitaat is veel populairder. Het heeft iets rustgevends, het idee dat ook Steve Jobs twintig jaar lang koffie moest halen voor iemand naar zijn naam vroeg.

Dat Harry Potter door iedere gerespecteerde uitgeverij in de prullenbak werd gesmeten.

“Als je nooit de pijn van mislukken hebt gevoeld, dan heb je jezelf nooit écht helemaal durven geven.” Dat soort dingen. Enthousiast gedeeld door Beppie van de Buurtsuper.

.:.

Tot ik me bedacht dat al die zogenaamde Faalverhalen stiekem toch verkapte Succesverhalen zijn. Zo las ik op een matige schrijfochtend, toen ik in mijn Beppiebuurtsuperbadjas achter de computer zat, met intens genoegen Falling Short, een biecht van zeven bekende schrijvers over de donkere jaren van hun schrijverschap.

Intens genoegen, tot dat laatste tot me doordrong.

Bekende schrijvers.

Niet de stakkers die het net niet gehaald hadden. De ploeteraars wiens werk is weggemoffeld in de marge. Maar bekende schrijvers, die het ondanks jaren worstelen, uiteindelijk toch wisten te maken.

Dat is geen triomf van het falen, dat is praten over de magere jaren terwijl je voor je eigen armoede en afgang allang niet meer hoeft te vrezen.

.:.

Terwijl de realiteit van falen veel schaamtevoller is, veel knulliger en veel alledaagser. Vergeten verjaardagen, schreeuwende bazen, ongemakkelijke gesprekken, onhandig geformuleerde emails, een maand werk veroordeeld tot de prullenbak. Falen is deel van de menselijke natuur, meer nog dan succes. Maar daardoor is het juist iets moois, iets noodzakelijks, iets dat zijn eigen vorm van acceptatie verdient en zijn eigen iconen. Niet omdat falen ons leert hoe het wel moetHet leert ons vooral hoe het niet moet.

Maar als je dat accepteert, is het een fantastische motor om nieuwsgierig te blijven, zijwegen te ontdekken die je anders nooit gevonden had, nieuwe dingen te leren en je leven nu en dan van een broodnodig nuchter licht te voorzien.

Dus bij dezen een eerbetoon aan falen, met vijf van mijn eigen grootste ontalenten. Schaamverhalen. Faalbiechten. Met mijn plechtige belofte dat ik geen enkele vorm van verbetering verwacht wat deze lijst betreft.

.

Koken

Deze steekt me. Behoorlijk. Het is net als kinderen baren en elegant op hakken lopen: tuurlijk, de jaren 50 zijn voorbij. Je wordt er als vrouw niet echt meer op afgerekend. Maar hoe heerlijk zou het zijn om én zelfstandig én vrijgevochten te zijn én iets op tafel te kunnen zetten dat niet direct uit een slasherfilm afkomstig lijkt.

Het erge is dat ik de basistechnieken inmiddels wel beheers, maar dat er toch iets fundamenteels aan mijn kookintuïtie ontbreekt. Ik bak misschien geen plastic/chocolataart hybrides meer, doop verbrande koekjes niet meer in glazuur ter afleiding en bespaar mijn moeder nieuwe vullingen door tegenwoordig wel gist te gebruiken in pizza. Maar ik kwak nog steeds zonder gewetensbezwaar kaneel door de lasagna, schroei biefstukken tot steunzool of stamp me een ongeluk omdat de kooktijd van hutspot mijn geduld ver overstijgt. Erger, ik proef niet eens dat er wat mis is.

Dus.

Met de complimenten van de chef.

Mexicaans eten

Mexicaans eten, 2006

.

Wetenschappelijke teksten schrijven

Na mijn academische falen omdat ik zo nodig Kunst moest gaan bedrijven, schepte ik nog geregeld op over mijn universitaire jaren. Hoe ik een 8,5 haalde voor taalfilosofie. Een 9 voor statistiek. Hoe mijn stiefvader 5000 euro won met mijn nooit afgemaakte bacheloronderzoek. Alsof ik stiekem wilde zeggen: ik had wetenschapper kunnen worden, weet je. Ik had gewoon betere dingen te doen met mijn tijd.

Tot ik recent wat oude papers terugvond en spontaan schaamuitslag kreeg tot in mijn liezen. Ik citeer uit een van mijn filosofische literatuuronderzoeken uit 2004, over de plek die geluk inneemt in het werk van Aristoteles, Bentham en Mill:

filosofie1

En niet veel later, uit een verhandeling over mijn favoriete taalfilosofen Putnam en Frege:

filosofie2

Toegegeven, de ergste dichterlijke vrijheden elimineerde ik wel voor ik mijn papers inleverde. Maar toch, wetenschapper? In je dromen, Ponjee. En dat terwijl ik eerder “ik word later professor” kon zeggen dan dat ik zonder zijwieltjes kon fietsen. Pijnlijk.

.

Administreren

Het zit in een map. Maar daar is dan ook echt alles mee gezegd.

adminsitratie

.

Tuinieren

Dertig worden gaat gepaard met haar eigen hormonale eigenaardigheden. Zo voelde ik een paar maanden geleden plots de onbedwingbare neiging om een leren jasje te kopen. Hoe erg dat “please, nog één jaartje heet, jong & hip?” schreeuwde, realiseerde ik me pas toen ik in de stad alle andere dames van dertigplus met een leren jasje van dezelfde subtekst ontwaarde. Maar hé, misschien werkt het dan toch. Of in ieder geval voor één extra jaartje.

De tweede hormonale schommeling merkte ik in mijn relatie tot flora. Beschimpte ik tot voor kort vrouwen met een potplantenblog, mensen met een tuinhuisje of koppeltjes met alfabetisch geschikte picknickmanden, het lachen verging me toen ik op een dag wakker werd met rammelende groene vingers.

Er was geen enkele manier waarop ik mijn plotselinge obsessie voor balkonkruiden kon bedwingen. Mijn heimelijke fantasieën over wuivende lavendel en zacht geurend citroengras. En hier en daar een fijne struik om het uitzicht op de nudistenhobby van mijn buurman te blokkeren.

Ik kocht (even dat laatste beeld vergeten voor u verder leest alstublieft) zaadjes. Ik kocht twee plantenbakken. En na het kraken van mijn brein wat er nu nog miste, kocht ik ook potgrond.

Een maand later was de oase van vruchtbaarheid die mijn balkon heette een feit.

Een oase van vruchtbaarheid voor schimmel welteverstaan.

En voor maden. Dikke, witte maden die met hun dikke, witte madenbipsen op mijn plantenkindjes waren gaan zitten.

Ik gilde als een meisje. Keerde een hele bus zout leeg over de vieze krengen. En besefte mijn fout toen ik Kornelis Koriander tot buurmanformaat zag verschrompelen.

Dag plantenmoederliefde.

Dag natuurenthousiasme.

Omdat het zó heet, jong en hip is om twee bakken zout op je balkon te hebben.

.

Musicalster zijn

Ik was elf jaar oud toen ik een kleurwedstrijd won van de Donald Duck en naar Disneyworld mocht in Amerika. We maakten een tussenstop in New York en vooral, op Broadway, waar Cats mijn kleine meisjesbrein frituurde met meer spandex dan ik ooit bij elkaar had gezien.

Later spaarden mijn ouders om The Phantom te zien in Scheveningen en The New Starlight Express op West End en ik wist het zeker: ik moest en zou musicalster worden. Net als Henk en Pia en Sarah, die laatste toen nog de muze van Andrew Lloyd himself.

Mijn talent bepaalde echter anders en de volgende tien jaar viel ik van de ene mislukking in de andere. Ik deed auditie voor een Alice in Wonderland-musical met mijn favoriete duet uit The Phantom en kreeg prompt een praatrol. Tijdens de groep 8 musical, waar ik werd gecast als een lelijke secretaresse met een gebroken hart, kreeg ik wel een liedje (“Ik ben niet knap, ik ben niet mooi, ik ben een lelijk eendje. Geen man kijkt nog eens om als ik passeer”) maar na één couplet viel de muziek uit en zat ik drie minuten lang moederziel alleen tegenover een grinnikende zaal.

helga

Weer een paar jaar later, op de middelbare school inmiddels, nam ik zelf de controle in handen en schreef een musical met mijn hartsvriendin Laura. Inclusief een gevoelige, kleine zangsolo voor mijzelf, die al echter na één try-out naar Sophie werd doorgeschoven. Zelf werd ik de boze, verder niet door tekst of bladmuziek gehinderde vampier van het verhaal.

Nog steeds niet bereid om op te geven, probeerde ik mezelf piano te leren spelen, nam zangles, een cursus tegen de zingangst die ik daar opliep en vervolgens weer zangles. Ik schreef musicals, werd weggestemd bij audities en probeerde mijn katten te negeren, die iedere zangpoging weer kwamen kijken aan wat voor exotische ziekte ik leed.

Pas na de zoveelste opmerking van een zangcoach met goede bedoelingen (“je hebt in principe een mooie stem…”) gaf ik het definitief op.

Musical, oh musical.

Je zal altijd één van mijn grote liefdes blijven. Maar tenzij Toondoof – de musical ooit een hit wordt blijf ik een stille bewonderaar in de zaal. Of, als Joop het ooit toelaat, je stiekeme Cyrano. Inmiddels ligt er twintig jaar aan verstofte dromen in mijn la. Ik zal beloven niet te zingen.

.

Verder ontbeer ik ook bewezen aanleg op het gebied van

Algemene economie en belastingen in het bijzonder, algemene muziektheorie en het adequaat bespelen van een instrument, binnenhuisarchitectuur, het uitzoeken en/of me interesseren voor meubels, fotomodelleren, autotechniek, rechtspraak, mediteren, atletiek, het spreken van iets anders dan Nederlands of Engels, vliegen, telepathie, jongleren, bijna alle vormen van fijne motoriek, balletdansen, stijldansen, fotografie en/of het maken van sowieso een scherpe foto, elegantie, eloquentia en het geven van voordrachten, het verteren van frituurvet, het begrijpen van hypotheekconstructies, linkshandig schrijven, leiderschap, duiken, inbreken, computers uit elkaar schroeven, de meeste bordspellen, snel typen, paardrijden en korte inleidingen schrijven. Of sowieso korte blogposts.