Stub-born 7: Ruzie

Posted on Nov 29, 2016

Zwangerschap is de natuurlijke broedplaats van mythes, fabels en bakerpraatjes. Dat ochtendmisselijkheid op een meisje wijst. En een mooie huid op een jongen. (“Nou ja,” zei mijn schoonheidsspecialiste toen ik haar confronteerde met de bittere waarhuid. Haha. Waarhuid. “Misschien is één jongen baren bij jou niet genoeg. Het kan dat je pas verschil gaat zien na de derde.”) Dat een bevalling makkelijker gaat bij een klein kindje. En dan je absoluut niet mag verklappen dat je zwanger bent voor je de 12 weken gepasseerd bent. (Want, weet je, bespreek vooral je grootste angsten en verdriet met niemand).

Toen ik dus hoorde van het verschijnsel ‘mommy brain’ zat ik al klaar met Google en alle relevante wetenschapsliteratuur. Een beetje hormonen kon ik na het kipincident natuurlijk moeilijk ontkennen, maar dat mijn geheugen drastisch zou worden aangetast, dat vond ik moeilijk te geloven.

Even als reality check. Dat ‘drastisch’ dat daar staat. Negen maanden geleden zou dat woord zo uit mijn schrijversbrein zijn gesprongen. Maar nu moest ik het met moeite loswrikken uit tien minuten synoniemen.net.

Ik merkte de hapering voor het eerst in de zesde maand van mijn zwangerschap. Toen onze schrijfdagen dit begonnen te doen:

INT. KEUKEN / HUIS VAN DE BROMALPONS – DAG

Een blakende ochtend in het huis van de Bromalpons. Er wordt fanatiek getypt. Gefronst. En moeilijk gekeken. Vooral OLGA (33), aan het hoofd van de keukentafel, lijkt het moeilijk te hebben. Haar onderlip maakt een pruilende krul.

OLGA
Schat?

ARNOUT
Ja?

OLGA
Wat is dat woord ook alweer voor
als je niet zo tevreden met iets bent?

ARNOUT
Eh. Ontevreden?

Twee minuten later.

ARNOUT
Schat?

OLGA
Ja?

ARNOUT
Wat is de “Victoriaans voorliefde voor obscene verschijnselen”?

OLGA
Je weet wel. Obscene verschijnselen. Geesten enzo.

En dat waren niet alleen de eerste vijf minuten van de werkdag. Het was ook nog drie maanden tot mijn uitgerekende datum. Terwijl ik me had voorgenomen zo lang mogelijk te blijven schrijven.

Hardnekkig typte ik door. No way dat mijn schrijfcarrière zou stranden in éénlettergreepwoorden en Nijntje-rijm. Dat hele ‘mommy brain’ was een kwestie van blijven doen, blijven trainen, blijven schrijven. Net zoals mijn zwangerschapslagerugpijn een kwestie was van blijven lopen.

Zes weken voor mijn bevalling ging ik door mijn rug. Tijdens een wandeling van 500 meter. Op dezelfde dag lazen Arnout en Camilla de eerste versie van mijn Carry Slee-script, dat klaar stond voor verzenden.

Ze vroegen of het expres was. Die provocerende scène aan het einde. “Het is best gewaagd,” zei Arnout. “Voor een tienerfilm.”

Ik begreep er niets van. In mijn herinnering had ik niets provocerends geschreven. De scène die ze bedoelden, speelt voor de Rechtbank in Utrecht. Een groot plein in het midden van de stad.

“Julia en Thijs stappen uit de auto en trekken hun kleren recht,” las ik hardop. En toen nog een keer. En toen zag ik wat er stond. Jawel: “Julia en Thijs stappen uit de auto en trekken hun kleren uit.”

Tenslotte heb ik, voor de sceptici onder u, ook nog keihard wetenschappelijk bewijs.

ruzzle

Dit is namelijk het familiespel dat wij fanatiek tweetalig beoefenen: de app Ruzie (eigenlijk heet de app Ruzzle, maar Camilla’s brein verhaspelde het intrologo, wat ik hilarisch toepasselijk vond). Ruzie is een digitale versie van de jaren 90 klassieker Boggle, waarbij het de bedoeling is om zoveel mogelijk woorden te vinden binnen een bepaalde tijdslimiet.

De linkerkant van de grafiek is mijn gemiddelde score voor de bevalling (ik heb hier geen screenshot van, maar het was een schommelende lijn rond de 1160 met soms dramatische uitschieters naar beneden). Maar zie nu het wonder: na 4/10 klimt de lijn ineens omhoog. Tot zelfs een duizelingwekkende uitschieter op 21/10, 17 dagen na de geboorte van Sacha.

Vooruit.

Het is nog niet briljant.

En het is nog lang niet genoeg om Arnout in het Nederlands te verslaan. Of Camilla in het Engels. Maar er komt een dag dat mijn woordenschat jullie genadeloos, je weet wel, terugdingest.