Stub-born 6: Baby Positiviteits Awareness Post

Posted on Nov 24, 2016

Dummy testing content here.

Vandaag, lieve lezers, Sherlock ik mijn weg door een mysterie. En dat mysterie behelst baby’s. En de bureaubladsnelkoppeling die er lijkt te bestaan tussen baby’s en het roepen van het woord ‘poep’.

Want ik weet niet hoe het komt, maar zodra het ‘b’-woord valt, is er binnen no-time iemand in de zaal die roept: OMG OMG BABY’S! GATVER! SPUITLUIERS! POEP OP DE MUUR!!!

En serieus, lieve lezers, ik begrijp er geen hol van. Want deze poep-obsessie lijkt op geen enkele manier te rijmen met de feiten.

Laten we om te beginnen eens naar die feiten kijken:

Den zuigelings spijschenverteering feit 1: Het verwisselen van een luier kost ons gemiddeld 3 minuten. (Wat aan de hoge kant is. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen gemiddeld 2 minuten en mannen 1 minuut 30 aan een luier besteden).

Den zuigelings spijschenverteering feit 2: Een baby heeft gemiddeld eens in de 3 à 4 uur een schone luier nodig. Dat zijn dus, rekent u even mee, 6 tot 8 luiers per dag.

Den zuigelings spijschenverteering feit 3: Als een baby borstvoeding krijgt (dat is melk uit een moederborst) dan poept hij ongeveer 1 keer per 2 dagen. Als de baby flesvoeding krijgt (dat is melk van de borst van moeder Albert Heijn) dan is dat ongeveer 1 keer per dag.

Slotsom 1: Luiers kosten je per 24 uur ongeveer 25 minuten (bij één of meerdere partners daalt dit cijfer onder de 10 minuten).

Slomsom 2: Eén van die luiers kan een poepluier zijn.

In andere woorden: Een babydag bestaat uit 1440 minuten. 3 minuten daarvan gaan op aan poepluiers (ook dit getal daalt in het geval van partnerschap).

Noot: Waarbij die poep ook nog gewoon ruikt naar jezelf en een vleugje zoetigheid, want Moeder Natuur heeft haar beste PR-team op een soepel verloop van de voortplanting gezet. Om, je weet wel, redenen.

Kortom: wij volwassenen besteden veel meer tijd aan onze eigen poep dan die van onze baby’s, we poepen in grotere kwantiteiten en stinken ook nog meer. En toch is er niemand die roept: OMG GATVER OLGA!!! WEET JE NOG DAT ZE NAAR ERAGON GING MET BUIKGRIEP EN DAT AL DIE DRAKENSHOTS HANDHELD GEDRAAID WAREN EN HOE ZE DAARNA DE HELE WC HEEFT ONDERGESPUUGD GATVER!!!

En daar stopt het niet, want als een gesprek over baby’s geen poep-reactie oproept dan gaat het OMG over kots. Of huilen. Of slaapgebrek. En zie hier het mysterie waar ik mijn hoofd over breek: waar komt die fascinatie voor zuigelingensappen vandaan? En waarom moet er altijd in de meest negatieve zin** om gelachen worden?

Niet dat baby’s niet hilarisch zijn: van hun keiharde scheten tot hun wobbelwobbel-hoofden. En ik kan heus wel lachen om mijn eigen verstrooidheid na een korte nacht, als ik de mandarijnen terugvindt in de oven en mijn portemonnee in de magnetron. Maar lachen om een mens dat aan het begin of het einde van zijn leven wat assistentie nodig heeft bij de stoelgang, vind ik nogal dom. Hodie mihi cras tibi enzo. Daarnaast: baby’s zijn heel wat meer dan hun spijsvertering. Het zijn namelijk net, je weet wel, mensen. En ik vind mensen in alle soorten en maten awesome.

Daarom wil ik deze post afsluiten met een Top Vijf Coole Dingen Die Ik De Afgelopen Weken Heb Ontdekt Aan Baby’s (mede mogelijk gemaakt door het PR-team van Moeder Natuur). Zodat we eens over andere dingen kunnen praten dan poep.

(** En trouwens, floep jou Oatmeal. Onze kat heeft vanochtend weer over onze schone kleren geplast. En niet dat ze verder niet lief is, maar onze baby vertoont tenminste a) spijt, b) een leercurve en c) meer empathisch vermogen dan wat we van onze katten krijgen, namelijk: LIK MIJN ANUS IK BEN DE BAAS VAN DIT HUIS EN VANDAAG GA JE MAAR NAAKT NAAR JE WERK).

1. Baby’s zijn een puzzelbox

Ik dacht dat zwanger zijn me magisch zou upgraden. Dat ik allerlei dingen zou voelen over de ongeboren vrucht in mijn schoot: zijn humeur, zijn persoonlijkheid, zijn voorkeuren. Nou ja, ik hoopte daar vooral heel erg op. Ik had namelijk geen idee wat ik me bij een baby voor moest stellen. Of bij mezelf als babymoeder.

Jammer de bammer, ik voelde dus helemaal niks. Geen bloed-van-mijn-bloed connectie. Geen speciaal telemamathisch inzicht in de persoonlijkheid van onze zoon. Mijn moeder zei dat het wel goed zou komen bij de bevalling, omdat je je eigen kind direct herkend. Maar ik voelde zijn ieniemienie plakkerige lichaampje op het mijne en dacht vooral: ‘holy floep, ik heb gewoon geen idee wie jij bent.’

En ik vind dat wonderlijk. En supermooi. Alsof je een klein puzzelboxje hebt gekregen waar je iedere dag een ander vlakje van ziet. En al herken je sommige stukjes (mijn pruilende onderlip, Arnouts existentiële frons) toch is het grootste deel helemaal nieuw. En helemaal van zichzelf.

2. En dat zie je in alles terug

Heel lang zei ik: ‘Ik vind kinderen denk ik leuk als ze een eigen persoonlijkheid krijgen. Je weet wel, vanaf een jaar of vijf. Met baby’s heb ik niet zo veel.’ Dat zei ik omdat ik het andere mensen hoorde zeggen. Niet omdat ik enige ervaring had met baby’s.

Maar die vijf jaar, die slaat dus nergens op. Vanaf dag één heeft een kind al voorkeuren en eigenaardigheden. Zo heeft Sacha een Haatmuts, een babyzachte witte poedelmuts die de dokter hem gaf na zijn geboorte. Het maakt niet uit of hij slaapt of wakker is, zodra de Haatmuts in beeld verschijnt, zet Sacha het op een brullen. Wat pas stopt als je exact dezelfde muts tevoorschijn haalt in, jawel, niet wit, maar oranje. (Toegegeven, het is meer zijn kleur, maar toch).

En dan is er zijn slaapvoorkeur (op mensen). Zijn muziekvoorkeur (papa’s Southern Gothic gitaargejodel. Van mijn electroswing huilt hij binnen twintig seconden). En zijn piepgeluidjes, als hij denkt dat er niemand in de kamer is. Sowieso vind ik die geluiden fascinerend, want tegen mij en Arnout zegt hij alleen ‘njah’ en ‘èh’ en ‘mwaah’, terwijl hij tegen Camilla als enige ook ‘ei ei ei’ kan.

Maar van alle mensen kijkt hij het liefst naar Emrys. Naar de brooddoos van Emrys. Naar het achterhoofd van Emrys. Dat zijn voorkeur heeft boven mijn moederfloeping zelfgeknutselde stimulerende hoge-contrast alle-baby’s-zijn-je-willoze-slaaf-als-je-deze-boven-hun-hoofd hangt mobiel. Dus.

3. Baby’s kunnen iedere dag iets nieuws

Vroeger, toen ik twintig was, lachte ik een beetje meewarig om jonge ouders en hun trotse jongeoudermomenten: een baby die voor het ‘dada’ zegt (big deal), naar de camera lacht (hoeveel foto’s kun je daar van nemen, joh) of die zijn eerste stapjes zet zonder hand van zijn vader (goed, ik ben dus naar een cocktailpaaldansfeest in mijn glitterstring. Doei hè).

En niets ten nadele van een leuke, vlotte glitterstring, maar stiekem hebben de trotse ouders wel gelijk: het is bizar tot welke dingen een baby van een paar dagen al in staat is. En hoe razendsnel ze de rest van het mens-zijn onder de knie krijgen. Van bewegingen tot emoties tot het ontwikkelen van taal.

Want dat huilen dat baby’s doen, dat is niet één langgerekte noot in één enkele octaaf (wat het misschien wel lijkt als je niet de ouder bent, maar de geërgerde medepassagier in het vliegtuig). Een hongerhuil klinkt anders dan een bored now-huil. Of een luierhuil. Of een Je Houdt Me Echt Niet Voor De Gek Dit Is Een Maxi Cosi En Niet De Borst Van Mijn Vader Waar Ik Net Op Sliep-huil. (Mevrouw Dunstan heeft zelfs een theorie over universele babytaal. Ik weet niet of het waar is, maar het is leuk tijdverdrijf om te discussiëren of je baby nu ‘weeeh’ zegt, ‘neeeh’ of ‘eeeh’).

En als je gelooft dat een hertje direct na zijn geboorte kan staan, maar een baby een hulpeloze friemelworm is tot hij naar de universiteit gaat: baar een kind. En sla van verbazing achterover als dat wormpje zich binnen een paar minuten van je buik naar je borst heeft geschwarzeneggert op ALLEEN ZIJN ONDERARMEN. Er zijn ochtenden dat ik minder gecoördineerd op zoek ben naar ontbijt dan dat.

4. Bindingsangst is voor dertigers

Dit gedachte-experiment komt uit de hoed van doctorandus Brokking en het gaat zo:

Je wordt van het ene op het andere moment naar planeet Zork geteleporteerd. Op planeet Zork zijn alle wezens vier keer zo groot als jij. Ze spreken een taal die je niet begrijpt, gebruiken voorwerpen en vormen en kleuren die je nog nooit hebt gezien. En als je je mond opendoet om iets te zeggen, komt er maar een geluid uit: wéééééh.

Oh ja. Je bent ook nog halfblind, je armen en benen zijn onbruikbare stompjes, je stikt van de honger en één van die moederfloeping enorme Zorkianen steekt zijn handen uit om je op te tillen.

Dit is ongeveer hoe een baby zijn eerste weken buiten de baarmoeder moet ervaren. En toch besterven ze het niet van acute doodsangst. Wat toch mijn go-to emotie zou zijn in het hele planeet Zork gedachte-experiment.

Het is zelfs omgekeerd: in plaats van te panikeren, geeft een baby zich volledig over aan zijn omgeving. En niet alleen aan mensen die hij vanuit biologisch oogpunt herkent. Hij stort zich met evenveel vertrouwen in de armen van verpleegsters, de kraamvisite en Isabella van kassa vier.

Dat blinde vertrouwen in liefde, in het idee dat het wel goedkomt, ook al begrijp je geen hol van de wereld om je heen, dat raakt me enorm. En ik geloof dat menig langzaam vastroestende volwassene, mezelf incluis, daar een heleboel van kan leren.

5. Baby’s maken alles simpel

Het is waar, oh jaloerse Glow App, de weken na een geboorte worden helemaal gedicteerd door het ritme van de baby. Je slaapt als de baby slaapt. Je eet nadat de baby heeft gegeten. Je forceert je huisgeknutselde hoge-contrast mobiel op hem, poetst hem, wiegt hem en tádá, er is weer een verzorgingscirkel voorbij.

Is dat erg? Om heel eerlijk te zijn: ja. Dat is erg. Want de wereld is niet ingesteld op baby’s of ouderschap. De wereld is ingesteld op productieve werkdagen van 9 tot 5, op twee dagen papaverlof en op 6 weken mamaverlof (die papadagen dekken overigens net de gemiddelde bevalling en die mamadagen net het herstel van een keizersnee. En dat dat niets te maken heeft met je conditie kan moi, voormalig fitnessgodin, beamen. Want na zes weken hobbel ik net naar de supermarkt en terug).

En dat na één van de ingrijpendste gebeurtenissen van je leven. Geen wonder dat zoveel nieuwe ouders tegen de muur van post-natale depressie lopen of zich ontheemd, overwerkt of incapabel voelen. Want naast een heel nieuw leven en een heel nieuw levensritme is er ook die buitenwereld, die het opvoeden van de hele nieuwe generatie mensheid weglacht als een zinloze aaneenschakeling van poepluiers en spuugbellen.

En ik vind dat tragisch. En sip. Want als je wel de ruimte en tijd neemt om het Nuttige Productieve Werkleven los te laten (en wij hebben daar bewust voor gekozen, ook al kost het spaargeld en meewarige blikken van mensen die je een lamme tak vinden), dan leveren die simpele babydagen geen stress op, maar enorm veel rust. Want dat is wat de grote veranderingen in het leven doen: ze zorgen dat de frillies wegvallen. En dat de simpele dingen overblijven die echt de moeite waard zijn.

Zoals liefde. En connectie. En het vertrouwen dat het wel goedkomt, ook al begrijp je geen hol van de wereld om je heen.