Onvoldoende Gefrankeerd

Posted on Aug 19, 2014

Mijn opa en oma waren zestig jaar getrouwd en ik had net besloten dat dit het uitgelezen moment was om hen alle geheimen van de liefde te ontfutselen, toen de postbode aanbelde met een brief van de Koningin.

Het was een felicitatiebrief, in een dikke, handgeschepte envelop. Een dikke, handgeschepte en – hier begon de postbode te bibberen alsof hij het nieuws áán de Koningin bracht in plaats van andersom – helaas door Hare Majesteit onvoldoende gefrankeerde envelop.

‘Zesenveertig cent?’ zei mijn oma. ‘En dat moet ik betalen?’

Gelukkig sprong op dat moment mijn moeder tussen post en bode, trok haar portemonnee tevoorschijn en voldeed de verstrooidheid van de vorstin met een vriendelijke glimlach. Daarna sloot ze de deur en schoof mijn oma terug naar het bezoek.

‘Zesenveertig cent! Je bent niet goed bij je hoofd.’

‘Het is een feestdag, mam. Kun je voor een keer gewoon het gebaar waarderen en niet de revolutie uitroepen?’

‘Het gebaar?’ zei mijn oma. ‘Dat gebaar kost de Staat honderd miljoen euro per jaar en waarvoor?’ Ze was zesentachtig, maar als zij en mijn opa in een opstandige bui waren – wat eigenlijk altijd was, tenzij ze sliepen – dan leken ze geen dag ouder dan vijftien. ‘Voor een onpersoonlijk printje met een paar stempels van een lakei?’

Mijn moeder rolde met haar ogen.

.:.

Ik was mijn zoektocht naar liefdesgeheimen al eerder die middag begonnen. Eerst had ik het aan Kim en Stephanie gevraagd, mijn oudere zussen. Ze deelden dezelfde herfstrode krullen en dezelfde passie om mij uit te sluiten van alles wat ze deden. Jarenlang hadden ze deel uitgemaakt van geheime clubjes met Uitgaan, Seks en Grotemeisjesdingen als toelatingseisen en momenteel vormden ze een kliekje waar je alleen bij mocht met een baby.

‘Dat begrijp je vanzelf wanneer je moeder bent,’ was hun nieuwe antwoord op alles, terwijl ze allebei een jengelend propje met herfstrood haar wiegden.

Ik was geen moeder, dus ontgingen mij schijnbaar de simpelste zaken. Zoals de geheimen van een lang en gelukkig huwelijk, want mijn zussen rolden meelijwekkend met hun ogen toen ik er naar vroeg.

‘Met elkaar blijven praten, duh,’ zei Stephanie.

‘Hem elke dag laten merken dat je van hem houdt,’ zei Kim.

‘En tijd máken, zelfs als je druk bent.’

‘Vooral voor…’ Kim wierp de rest van haar zin in een stille blik naar Stephanie, die direct snapte wat ze bedoelde en begon te giechelen. ‘Enfin, dat begrijp je vanzelf wanneer je moeder bent.’ En daarna serieuzer: ‘Het gaat toch niet over Peter?’

‘Nee,’ zei ik snel. ‘Zomaar.’

En voor ze verder konden vragen, schoof ik door naar het midden van de bank. Waar mijn opa net door mijn moeder terecht werd gewezen.

‘Je gaat de burgemeester niet afbellen, pap,’ zei ze. ‘Dat is belachelijk.’

‘Nee,’ zei mijn opa. ‘Dat is een politiek statement. Bovendien heb ik het al gedaan.’ Onder zijn borstelige wenkbrauwen glommen zijn ogen brutaal.

‘Groot gelijk,’ zei mijn oma. ‘Zo’n kerel kan de klimaatcrisis oplossen in de tijd dat hij met dementerende bejaarden poseert.’

‘Je moeder en ik, toen wij tegen kernenergie protesteerden in 1960…’

Mijn moeder rolde met haar ogen.

.:.

Ik volgde haar naar de keuken, met een stapel vuile gebakschoteltjes als excuus. En herhaalde mijn vraag terwijl we samen de borden in de vaatwasser laadde. De vaatwasser was een cadeau van mijn moeder geweest, vijf jaar geleden, maar zij was de enige die hem gebruikte, ondanks alle ecolabels.

‘Hoe ze het al zestig jaar volhouden?’ zuchtte mijn moeder. ‘Al sla je me dood. Ze kibbelen aan een stuk door.’

‘Misschien is dat juist het geheim,’ zei ik.

‘Als ruzie het geheim was, dan zat ik hier met je vader in plaats van in mijn eentje.’ Ze krulde haar roze gelakte lippen, al was het meer imitatie dan echte glimlach. ‘Nee, jij hebt het beter getroffen met Peter. Is dat niet het geheim? Iemand die je kunt vertrouwen, die voor je kan zorgen, die niet te hoge verwachtingen heeft van het leven…’

Dat laatste, begreep ik, was een verwijt in de kleren van een compliment. Ik was al eerder zo dom geweest om een kanttekening te plaatsen bij wat er op papier uitzag als de ideale schoonzoon. Peter studeerde rechten en had een modebladkapsel, hield van kinderen en van reizen en nam mij een keer per week uit eten naar de Thai. Hij liet geen scheten onder de dekens, vroeg oprecht geïnteresseerd naar mijn gevoelens en zag zich later gelukkig worden in een Lego-Vinexhuis in een Lego-Vinexwijk. Waarom ik steeds vaker twijfelde of ik wel in die kleurplaat paste, was me werkelijk een raadsel.

‘Het gezin als hoeksteen van de samenleving, hou toch op,’ hoorde ik mijn opa in de huiskamer lachen. Ik besefte hoe lang ik met hetzelfde kleverige schoteltje in mijn handen had gestaan. ‘Als iets je leven ontwricht dan is het wel een gezin!’

‘Weet je nog dat we in dat pand in de Jordaan woonden?’ zei mijn oma. ‘We hadden geen water en geen wc-deur en toch waren we zo gelukkig.’

De bel was gegaan voor mijn moeder met haar ogen kon rollen.

.:.

Het incident met de postbode had even wat afleiding in de huiskamer gestrooid, maar nu voelde ik hoe het zicht zich weer vernauwde tot hypotheken, auto’s, baby’s, mensen die ik niet kende die het hielden met mensen die ik ook niet kende, maar die een felicitatiebrief van de Koningin niet zouden halen als ze zo doorgingen.

Niemand zag dat mijn opa en oma naar de keuken slopen.

Niemand, behalve ik.

Durfde ik het ze te vragen? Wat het geheim was? Hoe ik, in plaats van ongelukkig te zijn met alles, kon leren om gelukkig te zijn met niets, zoals zij, lang geleden in de Jordaan? De woorden lagen klaar op mijn lippen. Ik zocht wanhopig naar het laatste zetje moed.

Toen zag ik waar mijn grootouders mee bezig waren. Ze zaten samen aan de keukentafel, met een rode stift over de envelop gebogen en giechelden als twee stoute kinderen.

LEVE DE REPUBLIEK schreef mijn oma.

Mijn opa plakte de postzegel.

.:.

Peet, typte ik op mijn telefoon. We moeten praten.

OK, schreef hij terug. 18:00, de Thai?