Klantreview over mezelf

Posted on Jun 11, 2019

Beste meneer Pieter Derks,

Afgelopen zaterdag bezochten we uw voorstelling Voor wat het waard is in openluchttheater Cabrio in Soest. Ik heb veel gelachen tijdens uw optreden – en nog veel nagedacht daarna, wat denk ik een goed teken is.

Vooral de Nederlandse klantmentaliteit hield me nog lang bezig; onze neiging om tegenwoordig alles en iedereen te bekijken in reviews en verbeterpunten. Het helpt natuurlijk als we zouden leren om af en toe onze mond te houden. Maar daarnaast dacht ik: wat als we onze reviews niet naar buiten zouden keren, maar naar binnen? Wat als we voortaan eerst onszelf recenseren voor we beginnen aan die goedbedoelde verbeterpunten van een ander?

Bij dezen stuur ik u dan ook een recensie over mezelf, als publiek bij uw voorstelling van afgelopen zaterdag. Ik denk namelijk dat ik op een aantal momenten zeker niet onderdeed voor wat critici een ‘kwaliteitspubliek’ zouden noemen. Maar ik zie ook nog genoeg uitdagingen en verbeterpunten die ik graag zou willen meenemen naar een volgende voorstelling. Als ik puur sec als mezelf naar mezelf kijk dus.

Zo moet ik eerlijk toegeven dat ik niet sterk opende. Ik vind voorpret – of anticipatie zoals het in de officiële vakliteratuur heet – een belangrijk gebaar van publiek naar artiest. Omdat ik afgelopen zaterdag halsoverkop naar de dokter moest, heb ik niet genoeg tijd genomen om deze voorpret grondig voor te bereiden. Al realiseer ik me ook dat dat de doorsnee excuses zijn van een zwak publiek – het ligt nooit aan jezelf, maar altijd aan de omstandigheden, de stoel, de airco, het bordje van de nooduitgang. Voor mijn eigen geloofwaardigheid wil ik liever ver van dat soort onzin blijven. Je bent als publiek wat je er zelf van maakt. Punt.

Het was tijdens deze onzekere opening dat ik extra dankbaar was voor de steun vanuit de zaal. Zo zat er voor ons een man met een capuchon en een grote neus, die direct vanaf minuut één hoog presteerde. Heel natuurlijk, heel interactief, hij klapte dubbel, hij stootte mensen aan die net dezelfde grap hadden gehoord. En met een goed, stevig keelgeluid, dat mijn aarzelende aanwezigheid direct naar een hoger niveau trok. Dat klinkt misschien raar, maar die eerste paar rijen (waar wij zaten), daar zit je toch met dat extra beetje verantwoordelijkheid, net zoals zo’n nooddeurstoel in het vliegtuig. Daar kun je niet gewoon gaan zitten voor de extra beenruimte, je zit daar om 300 mensen uit een brandend stuk metaal en op een gele glijbaan te krijgen in geval van panne.

En dat is precies hoe het ook werkt in het theater. Als je geen toon kunt zetten op de eerste vier, vijf rijen, ga dan vooral achter een paal zitten. En vraag jezelf ook eens af of je wel in de wieg bent gelegd als publiek. Of dat je het beter bij een hobby kunt houden, iets waarmee je serieuze kunstenaars niet al te veel lastigvalt.

Al met al zal het een kwartier hebben geduurd voor ik er goed inzat. En daarna zeker weer een kwartier, misschien twintig minuten, voor de twijfel opnieuw toesloeg. Ik ben daar niet trots op, dat geef ik eerlijk toe, maar we kunnen niet allemaal elleboog-capuchonman zijn. Het stomme is dat ik de theorie van buiten ken – je moet het op gevoel doen, dicht bij jezelf blijven, je hebt die bevestiging van de artiest helemaal niet nodig. Maar dan zit je in zo’n zaal, dan gaat het licht uit, dan beginnen de eerste mensen te klappen alsof het de normaalste zaak van de wereld is – en dan slaat bij mij de paniek toe. Hoe goed doen we het vergeleken met het publiek van gisteren? Met Carré? Is het ‘dank je wel Soest’ welgemeend of een verkapt ‘zat ik maar thuis achter Netflix’? En lachen we wel om de goede grappen? Ik bedoel, iedere halve zool kan meeschudden met de kudde, maar het goede publiek, het écht goede publiek weet de hapsnapgrap te onderscheiden van de hi-ha-haute cuisine. En daarmee de maker een ware eer te bewijzen.

En eerlijk is eerlijk, een aantal keer dacht ik op het goede spoor te zitten – er viel, naar wat ik dacht, een kwaliteitsgrap waar een handvol kenners zich smakelijk aan tegoed deed. Maar direct na mijn lach, begon de onzekerheid te knagen. Lachte ik nu als een van de felbegeerde insiders? Of zat ik in die meewarige groep Beleefde Meesmuilers? De Stumpers Die Het Niet Snappen? Die Geen Theater Nodig Hebben Maar Een Gehoortest? Ik wil niet nogmaals op de omstandigheden wijzen, dit is echt niet mijn eerste keer in een theater als u dat soms denkt, maar in een tochtig bospodium als Cabrio vormen auditieve missers een reëel publieksrisico.

Tenslotte wil ik nog wat vraagtekens zetten bij de door mij gehanteerde stijl. Ook hier voel ik een zekere druk, want je wil toch het juiste plaatje neerzetten vanuit de zaal. Maar wat is dat juiste plaatje? Waar de ene performer de voorkeur geeft aan visuele stimulatie, ziet de ander zijn publiek het liefst geblend met de achtergrond. En zonder sturing vanuit het theater, tast je toch in het duister. Zoals in mijn geval, waar mijn paarse jurk een enorme misser bleek tegen het rood van het door u gekozen kostuum. Nog verergerd door het feit dat ik me had laten meevoeren op de ‘openluchttheater equals een vroegtijdige Arctische dood’ hysterie, waardoor op cruciale ontknopingen mijn aandacht werd afgeleid van het toneel, naar de twee overbodige vesten en de waterkruik waarmee ik mezelf verwarmde tot vijfenveertig graden.

Al met al een avond van ups en downs, van leerpunten, uitglijders en hier en daar toch die momenten dat alles op zijn plaats viel. Die kleine momenten waarop ik de theaterbank ontsteeg en dacht: ja. Ja, ik mag er zijn. Als mens. Als publiek. En al bereik ik wellicht nooit het niveau van dubbelklap-capuchonman, ik hoop dat u de toegevoegde waarde van mij als publiek hebt kunnen ervaren. En dat u bij uw volgende voorstelling wellicht weer voor mij zult kiezen.

Ik geef mezelf 3 sterren.

Olga is nog dit hele seizoen te zien in theaters.

Voor boekingen, mail naar: goedverdienendemanager@leukeervaringenvoorartiesten.nl