Hoe blijf je overeind als (jonge) schrijver?

Posted on May 8, 2019

Vorige week schreef ik over de juridische slasher horror The Windmill Massacre en de oneerlijke processen waar je als (jonge) schrijver in kan belanden. Naar aanleiding van dat artikel stuurde een aantal mensen me de logische vervolgvraag: hoe zorg je dat zoiets je niet overkomt? Hoe blijf je overeind als schrijver? En zijn er manieren waarop je jezelf kunt beschermen?

Ik realiseerde me dat het inderdaad geen vak is op kunstacademies. En dat je als ZZP’er van nature al in het ‘zoek het lekker zelf uit’-hoekje zit. Je wilde toch eigen baas zijn? Hé, succes ermee hè! Daarnaast hebben scenarioschrijvers als bijkomend nadeel dat ze niet keihoog op de cinematografische hiërarchieladder bungelen. Je wordt niet gezien als het artistieke brein achter een productie (in Nederland wordt de ‘auteursfilm’ nog steeds als het hoogste artistieke product gezien en de regisseur als het genie daarachter), je bent geen leuk PR-product (dat zijn de acteurs) – uiteindelijk ben je vooral de persoon die thuis achter een laptop meningen zit te hebben, terwijl de rest van de crew op een ongoddelijk uur doodvriest op een straathoek. Of, zoals een advocaat van de kabelmaatschappijen het ooit zo poëtisch zei: ‘wat is een schrijver meer dan een lopendebandmedewerker in een pindakaasfabriek?’ Maar stom genoeg is die pindakaasfabriek alles wat we hebben. Dus pikken we de nadelen, omdat brave arbeiders hun mond houden en dit nu eenmaal is hoe het is.

En daar heb ik moeite mee. Want al kan het de grote geldschieters niet bar veel schelen, als schrijver voel ik me wel verantwoordelijk voor de gezondheid van mijn werkveld. Vooral voor jonge schrijvers die nog niet zo stevig in hun schoenen staan – net als ik tien jaar geleden. Dus bij dezen, voor iedereen die er baat bij heeft, een spoedcursus over creadieven en -lieven en hoe je daar een gezonde plek tussen vindt.

Met allereerst een disclaimer in kleine lettertjes: ik heb geen juridische achtergrond (al heb ik ooit voor een lakse ex-lover een essay geschreven voor zijn rechtenstudie, waarvoor hij onder zijn naam een 9 kreeg. Over auteursrecht gesproken). Dit zijn puur tips waarvan ik wilde dat ik ze op een filmschool had geleerd en niet via mijn advocaat.

Een doordeweekse dag in de pindakaasfabriek

Tip 1: Vertrouw op je intuïtie

Vorige week omschreef ik het creatieve teamwerk als een liefdesrelatie: je zit met elkaar opgescheept, in goede tijden, maar vooral in hele stressvolle. Zorg dus dat het klikt, vooral met je regisseur en producent. Want hoe mooi een aanbod ook lijkt, met welke beloftes je ook aan het werk gaat – aan het einde van de dag is scenarioschrijven gewoon werk, een 9 tot 5 baan die twee of drie jaar kan duren – en dat is een lange tijd om het met elkaar oneens te zijn.

En vaak voel je het al, bij de eerste gesprekken, of die klik er is. Of je echt dezelfde film wil maken. Of je – althans in de basis – dezelfde visie hebt, dezelfde makers en thema’s interessant vindt. Natuurlijk hoeft die klik niet 100% waterbestendig te zijn; soms kan juist een ongewoon huwelijk interessant zijn. Maar ik geloof wel dat je in de basis in dezelfde dingen moet geloven.

En ik weet dat het moeilijk is, je intuïtie leidend laten zijn. En dat het nog moeilijker is om weg te lopen en deals te laten schieten. Soms is het financieel ook onmogelijk. Maar ik geloof zelf heel erg in gezondheid boven naam en faam. Dat we moeten stoppen met erkenning zo hoog aan te schrijven en ons meer zouden moeten bezighouden met de vraag: hoe word je als kunstenaar gezond oud en gelukkig? En voor mij betekent dat: geregeld een aanbod afslaan dat te gek had gestaan op mijn CV – en de hel had betekend voor mijn mentale gezondheid.

Tip 2: Zorg dat iemand je rechten bewaakt

Over gouden deals gesproken: een paar jaar geleden werd ik gebeld door Disney. De Disney. Voor een kinderserie. Dit is het, dacht ik. Ik ben binnen. Maar na een paar gesprekken bleek dat ze me enkel als schrijver wilden inhuren als ik mijn contacten verbrak met alle instanties die mijn rechten bewaakten. De LIRA. Mijn agent slash advocaat. ‘We willen niet de hele tijd met regels bezig zijn,’ zei mijn contactpersoon. ‘Het gaat om het creatieve proces.’ Ik sloeg de opdracht af.

Het is een vaker gehoorde klacht van productiemaatschappijen: zodra je een agent in de arm neemt, of een stichting zoals het Contractenbureau om mee te lezen met je contracten, dan ben je duur, moeilijk en niet de moeite waard. Maar serieus, ik ben lid van het Contractenbureau, en ze hebben me uit zoveel juridische moerassen gevist – voor zo’n schappelijk percentage – dat ik ze niet anders dan ontzettend dankbaar kan zijn.

Bovendien is het idee dat je duurder zou zijn, alleen omdat iemand meekijkt met je belangen, in praktijk helemaal niet waar. Ik werk zelf graag mee aan low-budget producties – sommige makers of projecten zijn zo leuk dat het eindresultaat de betaling an sich is, of soms is het genoeg dat je iemand een stapje verder hebt kunnen helpen – en het Contractenbureau laat me altijd de vrijheid om zelf mijn prijzen te bepalen.

Waarbij ik wel moet opbiechten dat ik ook hier mijn Marktplaats-principe hanteer: ik wil best schappelijk zijn, maar niet als je onbeleefd gaat doen. Probeer je via een vervelende weg korting af te dwingen, dan kun je zwaaien met je Bonuskaart tot je een ons weegt. Noem me een romanticus, maar ik geloof in hoofse zakelijkheid.

‘Hé John, nog even over die collectieve rechten..’
(La Belle Dame Sans Merci, Dicksee 1901)

Tip 3: Laat je niet intimideren

Want tuurlijk, kunst maken is duur. En film is een luxe die niemand zich in zijn eentje kan permitteren. Maar dat betekent niet dat je én bodemprijzen én onfatsoenlijk gedrag hoeft te accepteren. Respect is de basis, geen verdienmodel op lange termijn, of je nu ervaren bent of net komt kijken.

Zo werkte ik recent aan de immersieve theaterproductie Tracing Thomas, samen met Arnout. Geen makkelijk proces, want er zat een jonge stichting achter, onder de vleugels van een meer ervaren filmproducent. Die het wederom niet zo nauw nam met auteursrecht en persoonlijkheidsrecht – of een schappelijke vergoeding voor de twee jaar werk die we hadden verricht. Dat bleek vooral een financiële kwestie, maar in plaats van een vriendelijk gesprek, iets in de trant van, ik noem maar iets heel geks: ‘hé, onwijs bedankt voor al het werk, zeg, we zitten nogal in de financiële penarie’, dacht de producent te kunnen beknibbelen via beledigingen. Zóveel werk hadden we nu ook weer niet gedaan. Zó goed was het ook weer niet geweest. We waren niet meer betrokken en anderen mensen wel, hoezo dachten we recht te hebben op een deel van de mogelijke winst? (Hé hallo, vriend pindakaasfabriek).

Tien jaar geleden zou ik om zoveel narigheid hebben gehuild, de suggestie hebben aangegrepen dat het mijn schuld was, bang zijn geweest om ‘die ene moeilijke schrijver’ te worden die niemand ooit nog zou willen aannemen. Maar inmiddels herken ik de goedkope afdingtruc – een truc waar ik steeds minder geduld meer voor heb. Vind je mijn werk slecht? Haal het vooral door de shredder en zoek een andere schrijver. Ben ik te duur? Leg bedragen vast in een contract, je weet wel, voor je me twee jaar lang gratis aan het werk zet. En hoeveel is er écht te klagen als er nog steeds subsidies binnenkomen op mijn naam?

Kortom, laat je niet intimideren, hoe groot en indrukwekkend (of teleurgesteld) je werkgever zich ook voordoet. Creatieve producties maak je samen en het minste wat je elkaar verschuldigd bent is respect, zeker als er op andere fronten beknibbeld wordt. Of, om Marktplaats nog een keer aan te halen en de zin waarvan ik vind dat het eigenlijk hun slogan zou moeten zijn: vriendelijkheid kost geen drol mensen.

Tip 4: Ga niet schrijven zonder contract

Deze is lastig, omdat film en televisie soms supersnel gaat. Er moet nú geschreven worden, er is nú een deadline, er is geen tijd om contractdetails uit te pluizen, als we dit moment missen kunnen we de hele productie wel vergeten – en wil jij degene zijn die dat op zijn geweten heeft?

Toch zijn alle juridische kwesties op mijn CV het resultaat geweest van één en hetzelfde ding: Schrijven Op Goed Vertrouwen (en zonder contract). Er waren halve mondelinge afspraken en beloftes, maar vergoedingen, rechten of een simpel antwoord op de vraag: wat als het misgaat? Daar was niets over vastgelegd. En gaat het mis, dan levert dat niet alleen eindeloos juridisch gepingpong op. Het beschadigt ook werkbanden die daarna niet meer zo makkelijk geplakt kunnen worden.

En natuurlijk, als je je werkgever blind vertrouwt, als je zeker weet dat het goed komt en er staat een spoedklus op stapel – ik hou je niet tegen. Maar in mijn ervaring is het toch verstandig om dingen op papier te zetten, al is het maar in grove lijnen. Ook in dit aspect is een creatieve samenwerking een huwelijk: er zijn ongetwijfeld exen die hun scheiding civiel kunnen oplossen. Maar hoe meer belangen er meewegen, hoe meer emoties, hoe meer druk en meningen en nageslacht, hoe groter de kans dat het niet goed gaat. En dan is het fijn als je naar papierwerk kunt wijzen en niet naar elkaar.

Tip 5: Doe navraag, zoek een mentor & geef het door

Krijg je een opdracht aangeboden bij een nieuwe werkgever en wil je zeker zijn van je beslissing? Of zoek je een productiemaatschappij maar weet je niet bij wie je aan het juiste adres bent? Aarzel niet om navraag te doen bij andere schrijvers, vooral niet bij schrijvers die al een tijdje in de carrousel meedraaien. Dat is niet altijd makkelijk, zeker niet als je net van een opleiding komt en nog niet veel aanspreekpunten hebt, maar via via is het meestal wel mogelijk om contact te leggen. En andersom, als je al wat jaren ervaring hebt, wees niet te beroerd om een jong iemand bij de hand te nemen. Een paar woorden advies kunnen iemand jaren aan leed besparen.

Zo was ik ooit op weg naar een seriebespreking, samen met een scenarioschrijver die een aantal jaar voor me was afgestudeerd aan de Filmacademie. We stonden op de veerpont toen hij ineens vanuit het niets vroeg: ‘wat krijg jij eigenlijk voor deze opdracht?’ Ik had net mijn stage afgerond, was grasgroen en dolblij met iedere opdracht die ik kreeg, dus antwoordde ik naar waarheid: ‘Boekenbonnen’.

Even was het stil.

Toen begon mijn collega te lachen. ‘Ik krijg geld zodra er subsidie is,’ probeerde ik nog. En daarna: ‘Ik ben net afgestudeerd. Mijn werk is nog niet zo goed als dat van jou.’ ‘Ja,’ zei mijn collega. ‘En weet je hoe het beter wordt? Door jezelf serieus te nemen.’ Het waren woorden die iets fundamenteels raakten – en veranderden. Het idee dat ik niet hoefde te ploeteren tot het punt dat ik goed genoeg was om iets te verdienen. Maar dat ik al goed genoeg was. En beter kon worden door mensen die bereid waren om in dat talent te investeren.

Het was een klein gesprek, iemand die een paar minuten de tijd nam om zijn ervaring met me te delen, maar in de grote loop der dingen heeft het heel veel voor me betekent. Wat precies de reden is dat ik het belangrijk vind om kennis door te geven, om af en toe docent te zijn, iemands mentor. Kunst gaat tegenwoordig zo gepaard met ego-PR-schap – om je marktwaarde te garanderen sta je de helft van de tijd te leuren met jezelf en de dingen die je maakt. Het is alleen maar gezond om af en toe met iemand anders bezig te zijn en niet met jezelf.

Bovendien zijn veel schrijvers kwetsbaar: de jonge, maar ook de mensen die niet bovenaan de wishlist van het Filmfonds staan. Juist zij, de schrijvers die minder gezien worden, lopen het risico om in schimmige contracten of uitverkoopdeals gepraat te worden. De sterren en talenten krijgen toch wel werk – het zijn de schrijvers die niet de luxe hebben om opdrachten af te slaan die hun mond houden, die niet de stempeldoos ‘lastige schrijver’ op hun voorhoofd gedrukt willen krijgen. En die daardoor in omstandigheden werken waarvan fondsen en subsidieverstrekkers geen weet hebben.

Ik zeg vaak tegen mijn studenten: stop met het focussen op recensies, op bezoekersaantallen, op film puur als egoproduct. Er zou een Gouden Kalf moeten komen voor teamwerk in plaats van persoonlijke prestaties. Want er bestaat niet zoiets als een briljante regisseur-auteur, het scenario der scenario’s, het camerawerk dat de rest van de crew overbodig maakt – film is een groepsproces, een teameffort van bizarre proporties. En dat proces is alleen mogelijk als we voor elkaar zorgen, ons gemeenschappelijke welzijn boven het persoonlijke succes plaatsen. Het heilige eindproduct mag nooit een excuus zijn voor ongezond gedrag, zeker niet naar kwetsbare mensen toe.

Want uiteindelijk zou dat het doel moeten zijn – samen gezond oud worden. Niet de faam, niet het geld, de dingen die toch wel vervliegen. Maar het feit dat we ook over dertig, veertig, vijftig jaar ons vak nog altijd met plezier beoefenen.

En die reis begint bij een veilige en gezonde basis.