Dit is geen zwart gat

Posted on Dec 20, 2010

Na anderhalf jaar keihard werken (weet u nog, versie 1?) viel gisteren het doek voor “Dorestad, 1493”. Met dank aan iedereen behalve de NS die ons publiek met de helft reduceerde, maar goed, waar zouden we zijn zonder de helpende hand van vader Murphy. Maar het is goed zo, want het was fantastisch om een jaar lang te mogen werken met een jong, enthousiast team van amateurs en semi-profs, maar voorlopig kan ik geen vampiers, stroop of fok fokking bullshits meer horen of zien.

Dus, tijd voor iets nieuws. Want zwarte gaten betekenen maar één ding: nieuwe projecten bedenken om ze op te vullen. En dat is precies wat ik ga doen.

Zodra ik de laatste resten rendierhaar uit mijn toetsenbord heb gevist.

Rust zacht, Dorestad.

Dorestad Horatio

Dorestad, 1473…

Cunegonda Hildegarde Mechtilda van Keppel van Verwolde van Ittersum had een jongen moeten zijn. Een Derck, Wolter of Hendrik in een 300 jaar lange lijn Derck, Wolter en Hendricks. Een graaf om een familietraditie van pietluttige ridderoorlogjes voort te zetten. Maar Graaf Wolter kreeg geen Derck, Wolter of Hendrick in zijn armen gedrukt. Het laatste wat zijn vrouw hem na zou laten op deze wereld was een meisje. Een klein, huilend, hulpeloos meisje. Graaf Wolter had nog meer raad geweten met een magnetron.

Het waren die drie oorlogszuchtige voornamen die Hilde er later af en toe aan zouden herinneren dat ze ook een vader had. Verder bestond haar jeugd in het kasteel van Verwolde uit belegeringen en bemoeizuchtige dienstmeisjes en nonnen die haar vooral deden beseffen hoezeer ze de warmte en liefde van een echte moeder miste. Gelukkig had ze haar oudere broer Derck als medestander en groot voorbeeld: hij nam de jonge Hilde mee naar feesten in de grote steden, leerde haar een beetje lezen, zwaardvechten en paardrijden en beantwoordde geduldig haar vragen over de wereld buiten het kasteel. Dat Hilde vervolgens met haar kennis, eeltige handen en brutale antwoorden het levenswerk van een hele generatie kinderjuffrouwen om zeep hielp, vond Derck alleen maar grappig. Bovendien, zo redeneerde hij, zou Hilde met haar wereldwijsheid een veel betere partij vormen voor een toekomstige echtgenoot dan een leeghoofdige jonkvrouw die oorlog zou definiëren als een ellendige ophoping verstelwerk door al die doorkliefde hemden en gescheurde onderbroeken.

Voorlopig dacht Hilde echter vooral aan haar hormonen en helemaal niet aan trouwen en bij gebrek aan ouderlijke sturing reisde ze samen met Derck geregeld naar feesten en markten om lol te maken met andere jongere edelen. Met haar vrolijke brutaliteit was Hilde zowel een rariteit als gewilde buit voor de jonge edelen, maar Derck zou zijn kleine zusje altijd beschermen en klopte bovenmatig geïnteresseerde heren vakkundig van haar zijde, vaak zonder dat Hilde het overigens zelf doorhad.

Dat veranderde toen Hilde steeds meer optrok met een jonge edelman uit Dorestad, Jan-Hugo van Earnewoude. Voor het eerst begon Hilde de bemoeienis van haar oudere broer te merken en om aan zijn ogen te ontsnappen, sprak ze steeds vaker met Hugo af in het geheim. Het was de eerste, maar niet de laatste keer dat Hilde blind zou vertrouwen op wat zij zag als haar onuitputtelijke kennis over de echte wereld. En toegegeven, Hilde wist voor haar doen een boel over verdedigingswerken, de familiewapens en de letters a t/m g, maar miste nog redelijk basale kennis over drank, verliefdheid en de basisbeginselen van de menselijke voortplanting. Haar zwangerschap trof haar dan ook als een volstrekte verrassing.

Met dank aan haar optimisme, praktische instelling en één dienstmeid die ze in vertrouwen had genomen, lukte het Hilde alsnog om de eerste maanden van haar zwangerschap geheim te houden. Maar roddels begonnen haar links en rechts in te halen, gesteund door het feit dat ze zich steeds minder vaak liet zien op de gebruikelijke feesten. Tot overmaat van ramp bleken Hildes noodplannen stuk voor stuk te kapseizen: Hugo bleef het beloofde gesprek met zijn vader over een huwelijk uitstellen (wist hij veel waarom die hooibergromance met alle geweld ineens serieus papierwerk moest worden) en haar eerste ingeving om het kind af te staan, kwam haar met het vorderen van de weken voor als een steeds onmenselijkere onmogelijkheid. Ze zou het kind houden en een goede moeder zijn. Een moeder zoals ze die zelf had willen hebben. Uitgeput en leeg nam Hilde uiteindelijk haar broer in vertrouwen.

Derck hield Hildes geheim verborgen, zoals ze hem op het hart had gedrukt, maar hoe meer tijd verstreek, hoe meer zijn geweten aan hem begon te knagen. Wat had een bastaardkind voor kans? Een ongetrouwde moeder? Misschien dat er met een bliksemhuwelijk nog iets te redden viel en in het volste vertrouwen dat hij hiermee zijn zusje het meeste zou helpen, ging Derck naar zijn vader. Die God op zijn blote gravelijke knieën bedankte voor dit fantastische schandalige toeval. De gelegenheid bij uitstek om zijn dochter, dat onbegrijpelijke wezen, dat hem zijn hele leven had geplaagd met onorthodox gedrag, vragen en pedagogische puzzelstukken, op een veilige plek op te bergen. Een plek ver van het landgoed van Keppel van Verwolde van Ittersum. Het Klooster van Dorestad.

Hilde had noch tijd noch energie om zich kwaad te maken over Hugo’s lafheid, Dercks verraad of het onvermogen van haar vader om haar te begrijpen. Ze was nu immers op zichzelf aangewezen en de bijna onmogelijke taak die voor haar lag: ontsnappen uit het klooster (waar ze haar kind, dat wist ze zeker, zonder meer van haar af zouden pakken) en een nieuw leven opbouwen, ergens in de wereld buiten. Daarbij zou ze vertrouwen op alle lessen die Derck haar ooit geleerd had en haar verstand, dat haar immers nooit in de steek had gelaten. En wie weet wel ooit een man. Wie weet wel Hugo. Dat zou toch mooi zijn? Want hoe wijs en volwassen en onkwetsbaar Hilde zich ook voordoet, moet voordoen in haar rol van toekomstige alleenstaande moeder, diep van binnen woont toch nog dat meisje. Dat meisje dat vragen stelt, ’s nachts in de Lek zwemt en stiekem gelooft in een lang en gelukkig met de jongen van wie ze ondanks alles nog steeds heel veel houdt.

9 Comments

  1. Ik baal echt dat we het gemist hebben. Ik hoop dat er genoeg mensen het wel gered hebben en dat je er lol aan gehad hebt.

  2. Jullie waren super! Ben blij dat ik naar de première ben gegaan (zowaar zonder sneeuwpech!)
    Wat een mooie plaatjes van Ork, en Kaas ziet er echt meesterlijk uit met die blik. *grin*

    Ik zie dat jullie het nepbloed ook wat donkerder hebben gekregen? Mooi. 🙂
    Is alles bij de andere 2 voorstellingen ook goed verlopen?

    ~Brenda~

    • De eerste voorstelling bleef de allerbeste, maar eigenlijk is alles verder perfect verlopen. Het was jammer van de sneeuwpech, maar eigenlijk zaten er nog boven verwachting veel bikkels in de zaal (uiteindelijk een stuk of 100 denk ik, wat onze verwachting van een handjevol ruimschoots overtrof).

      Gister was er nog even sprake van een reprise voor iedereen die het stuk heeft moeten missen, maar helaas. Het budget is echt hartstikke op 😉

      • Woot ik ben op de allerbeste geweest! 🙂 (EN ben bikkel)

        Het was heel goed gedaan. Complimenten aan cast en crew.

      • zegt ze ook alleen maar omdat de tweede eigenlijk de beste was, maar ze de bezoekers van de eerste niet wil telleurstellen 🙂

  3. fokking awesome springs to mind. Het zat goed in mekaar. zowaar spannend welke vampier nu weer bloed…uhm…roet in het eten zou gooien. Wij hebben genoten.

  4. Het was een eer mee te mogen spelen in dit supergave stuk. Al was ik heel blij dat ik gisteren de laatste resten nepbloed uit mijn haar kon wassen. Het was een mooie afsluiting.

    En inderdaad, zwart gat zoekt creatieve stop.

  5. ook wij hebben heel erg genoten! En jeetje… wat geweldig wat jullie met je haar gedaan hadden!

  6. hmm, een beetje laat, maar ik heb ook erg genoten! Hoewel ik verder weinig van Vampire of Lex af wist, vond ik het allemaal heel erg goed te volgen :-).

    Oh, en ik had het ‘geluk’ dat ik het oosten van NL kwam, dus ik had verder geen problemen met de treinen of het weer. Het enige jammere was wel dat ik naderhand meteen weg moest :-(.

    ps. ik ben het helemaal eens met sjuuls, de haarstijlen waren geweldig :-).