Brief van mijn Somalische minnaar

Posted on Jul 1, 2013

Een lange tijd dacht ik dat ik mijn hamsterwoede in dezelfde categorie kon wegschrijven als het begrip ‘Damestas’. Een fenomeen waar mannen hartelijk om moeten lachen (‘we gaan naar de bios liefie, niet kamperen’), tot ze in een situatie komen waarin die tandenborstel, tweede outfit of purschuimkit ineens van levensreddend belang blijkt te zijn. Wat mij betreft weegt dat op tegen trivialiteiten als ‘binnen 5 minuten je portemonnee kunnen vinden’ of ‘dat ene snoepje onderin dat nat is geworden en alleen met een schaar uit de voering te knippen is’.

Zelfs dat levensreddend is geen woord overdreven. Zo viste een douanier op Schiphol ooit een boterhamzakje groene thee uit mijn binnenzak (het was echt groene thee!) en vervolgens een zakbijbel. Ik deed er mijn meest overtuigende gristelijke glimlach bij en mocht dank-u-God gewoon doorlopen.

.:.

En toch is mijn hamsterwoede niet helemaal hetzelfde. De spullen die ik het leukst vind om te verzamelen – en waarvan ik een deel immer trouw met me meezeul – vallen bijna geen van allen in de categorie ‘nuttig’. Zoals dat, vind ik, wel het geval is bij alles uit de Damestas.

De zakbijbel, die jaren trouw in mijn jas heeft gezeten, is een aandenken aan mijn middelbare school bijvoorbeeld. Die was op geen enkele manier christelijk, een doorn in het oog van een plaatselijke gemeente, die ons vervolgens eens per jaar buiten de schoolhekken opwachtte.

Ook de kraanvogels, dobbelstenen, buitenlandse munten, oorbellen, kurken, bioscoopkaartjes, briefjes en glinsterdoosjes gaan waarschijnlijk op geen enkele manier een tweede arrestatie voorkomen. En toch pik ik ze mee, stop ze ergens weg of zet ze thuis neer waar ze horen: bij de andere spullen met een Verhaal.

verzamelspullen

Want misschien is dat de overeenkomst: mijn hamsterspullen zijn allemaal Verhaalspullen. Souvenirs aan leuke avonden. Herinneringen aan grappige momenten die ik niet wil vergeten.

Van alle rotzooi die ik in mijn nabije omgeving heb staan, is het knuffelbeest bijvoorbeeld een aandenken aan mijn leukste oppas ooit. Die me, toen ik echt te oud was om nog geloofwaardig gebabysit te worden, haar lievelingsknuffel cadeau deed.

Het glaasje heb ik in een dronken bui meegenomen uit het restaurant van Karijns bruiloft.

De oorbel herinner ik me uit mijn moeders oor op vakantie. Het waren de allermooiste oorbellen van de wereld, vond ik als kind.

De kurk is van de fles wijn die ik heb gekregen bij de tweede versie van mijn boek.

Het glimdoosje een cadeautje van Suus na het eerste EE-weekend (waarbij we ons en passant bijna van een Duits gebergte stortten).

En tussen de filmkaartjes zit het kaartje voor American Beauty, de film waarna ik definitief besloot voor de rest van mijn leven films te maken.

Hoe kan ik zulke spullen ooit wegdoen?

.:.

En misschien is dit een beetje treurig. En precies hoe hoarders worden geboren. Freaks met een verzamelhobby. Tot het universum zelf me enkele weken geleden terug begon te hoarden. Met een eigen versie van Verhaalspullen.

Het begon met twee muntjes uit Maleisië, in het bovenvak van mijn tas. Ik ben nog nooit in Maleisië geweest. Sterker nog, ik ken niemand die recent in Maleisië is geweest, zeker niet in combinatie met eventuele nabijheid tot mijn tas.

Goed, dacht ik, misschien heb ik ze gewoon per ongeluk in een supermarkt gekregen, uit handen van een parttime cassièr, parttime Maleise prins. Maar dat verklaarde niet waarom ze in een weinig gebruikt vak van mijn tas zaten en niet in mijn portemonnee.

Niet lang daarna vond ik de brief.

verzamelspullen2

En deze keer was het nog mysterieuzer. Want de brief zat niet in mijn tas maar in mijn portemonnee. En voor de consistentie van het plot was hij niet in het Maleisisch geschreven, maar in het Somalisch. Geadresseerd aan iemand in Caduur, niet echt in de buurt van Utrecht.

.:.

Weer draaide mijn hoofd tien verbaasde rondjes. Ik grapte dat ik waarschijnlijk in de smaak was gevallen bij een Somalische piraat. Een piratenleven is een meisjesdroom van mij tenslotte. En misschien had het universum dat tussen neus en lippen door opgevangen.

Maar dan nog, als die Somalische piraat mijn portemonnee in handen had gehad, waarom had hij dan niet terloops de inhoud meegenomen? Of mijn naam boven de brief gezet in een taal die ik wel zou kunnen lezen?

Google Translate hielp me niet heel veel verder; er staat iets over geld en spelletjes in de brief, maar het grootste deel is te onleesbaar om te vertalen.

Aldus duurt het mysterie voort. Het mysterie dat, volgens Jan en Mij – Spookspullenexperts Extraordinair, als volgt logisch verklaart kan worden:

  1. Ik kom schijnbaar vaker dan ik dacht op plekken die ook gefrequenteerd worden door Somalische piraten en Maleisische prinsen
  2. Als ik gedronken heb vat ik soms het begrip “dingen krijgen” wat breed op
  3. Mijn tas en jas dubbelen als portalen naar andere werelddelen en dimensies

Uiteraard vind ik 3) de meest logische verklaring en de rest van de wereld waarschijnlijk 2), maar toch. Ik heb inmiddels alle potentiële ontvangers in Caduur aangeschreven. Om Somalische vertaalhulp gevraagd. En wacht ongeduldig op de verdere ontknoping van dit mysterie.

Sherlock Ponjee, signing out.