Anny Cactus & het Geheim van Ontbindingsangst

Posted on Apr 13, 2015

Parallel aan de Batsdijk, een half uur rijden na het laatst plaatsnaambord dat we nog herkenden, stoppen we de auto. We zijn in Ruurlo, Gelderland en ik kijk naar de kassen die zich links van ons uitstrekken. Een afbladderende papegaai van hout draait rondjes om een vlaggenmast.

‘We kunnen nog gaan wandelen,’ zegt Arnout.

De dag ervoor hadden we er nog om gegrinnikt met z’n drieën. De Cactusoase, een uniek stukje (rolstoeltoegankelijk) familievertier in de Achterhoek. Zesduizend vierkante meter exotisch plantplezier, van Vishaakcactus tot Hottentottenbil. Maar niet gevreesd, zo lezen we op de website, “gastvrouw en –heer Anny en Bert prikken niet!”

En nu staan we er echt. Voor de Cactusoase. Onze blikken pingpongen heen en weer. Op het parkeerterrein staan twee andere auto’s.

‘Ik durf niet,’ zeg ik.

‘Ik ook niet,’ zegt Arnout.

.:.

We parkeren de auto en betalen 9 euro voor het puzzelroute-arrangement, inclusief kruidkoek en gratis cactus. Tegen gastvrouw Anny zeg ik dat we anderhalf uur hebben gereden vanwege onze plantenpassie. Het is niet waar. Ik wilde weg. En op koddigefamilieuitjes punt nl leek dit de perfecte uithoek om even in te verdwijnen.

‘Soest!’ zegt Anny (Anny Cactus voor intimi). Ze is half-zestig en half-Arnout-grootte. Over haar blonde krullen draagt ze een cowboyhoed en om haar schouders een grote Indianenponcho. ‘Ik heb nog nooit mensen gehad uit Soest!’ Enthousiast gebaart ze waar de wc’s zijn, de terrassen, de sierpoppen, de treinententoonstelling, haar verzameling koperen potten en pannen. In haar bevlogenheid verklapt ze de eerste drie letters van haar puzzeltocht. ‘Ik kan ook nog iets voordragen!’ roept Anny. ‘Zal ik iets voordragen? Ik schrijf gedichten!’

Arnout zegt dat we met de puzzeltocht zullen beginnen.

.:.

We vluchten naar een uithoek van de woestijn, waar we de naam proberen te raden van een cactus met grote, gekartelde bladeren. Het ding is veertig jaar oud, taai en indrukwekkend. Als dit Zelda was en niet Ruurlo zou hij direct naar je schenen hebben uitgehaald.

Het blijkt een Agave te zijn, uit de Franse Rivièra. Hij bloeit één keer in zijn cactusleven, om daarna direct de geest te geven. In mijn huidige staat slaat die informatie direct op mijn klier voor melodrama. (‘Wat is een relatie?’ had ik in de auto nog gejammerd. ‘Hoe kan ik ooit samen zijn zonder mezelf te verliezen?’)

.:.

Anny haalt ons in bij de modeltreinen. Ze drukt op wat knoppen en voor onze ogen komt de “Desert Express” tot leven, een elektronisch Wild West-landschap, gebouwd door Spoorwegmodelbouwvereniging De Seinpaal. Het is een uit de hand gelopen hobby, die een liefdevol nieuw thuis heeft gekregen in de kassen van Bert en Anny. Net als de sierpoppenverzameling van Annie Havenga uit Zaandam, de historische landbouwwerktuigen van vereniging Old Reurle en de postzegelverzameling van Hans Klaassen.

‘Er was nergens meer plek voor ze,’ zegt Anny. ‘Dus hebben wij plek voor ze gemaakt.’ Ze vraagt wat wij voor werk doen. En klapt in haar handen als we verlegen vertellen schrijvers te zijn. ‘Dat kan geen toeval zijn,’ zegt ze. ‘Nu móet ik iets voordragen. Niet dat ik een schrijver ben, hoor. Zo durf ik mezelf helemaal niet te noemen.’ We worden als eregasten geparkeerd op een bankje naast de rondtuffende minitreinen. ‘Dit heeft zichzelf helemaal geschreven.’

Ze neemt haar cowboyhoed af, richt haar blik naar de glazen hemel en draagt Stoere Boom voor, met zekere stem.

Diep, heel diep gaan je wortels in de grond
Dan, halverwege de stam, een grote wond
Zichtbaar is het gat waar de tak is afgebroken
Jij hebt het niet verstoten

Even later zitten we in de kantine van de Cactusoase en heeft Anny ook Koningin van de Nacht voorgedragen. Haar levensverhaal verteld. Hebben we Bert de hand geschud, een zwijgende tuinder met een glimlach verstopt in zijn baard. Hij snijdt meer kruidkoek. We krijgen thee. Tips voor ons liefdesleven. Voor ons liefdesleven op latere leeftijd.

‘Als het wat meer droge woestijn en vogelnestje daar beneden is, zeg maar,’ zegt Anny. ‘Ach joh, er zijn zoveel mensen die het opgeven. Maar het leven begint pas echt boven de zestig.’ Dan vertelt ze weer over Stoere Boom, een gedicht dat over haar bewondering voor de natuur gaat. En over haar oudste zoon, die een paar jaar daarvoor is overleden. Als ik haar vertel dat mijn vader aan dezelfde ziekte is overleden, pakt ze mijn hand. ‘Och meisje,’ zegt ze. ‘Het zijn niet de leuke dingen die ons sterk maken. Het zijn de knoesten. Alles wat we samen overleven.’

We zijn de enige bezoekers in de kantine. In een nepwoestijn in een uithoek van Nederland. Een nepwoestijn die wordt bevolkt door gefiguurzaagde indianen. Speelgoedtreintjes. AABB rijm. Cactussen die uit landen komen waar Bert en Anny nog nooit van hun leven zijn geweest. En toch moet ik moeite doen om niet in huilen uit te barsten.

Ik denk aan de auto. Aan mijn vragen. Wat is een relatie? Hoe kan ik liefhebben zonder mezelf te verliezen? Ik weet dat het geen echte vragen zijn. Het zijn angsten die ik tijdens het leegruimen van mijn huis heb opgegraven. Het idee dat ik alleen maar in gecensureerde vorm mag bestaan. Dat ik het verdien om in een weggemoffeld hoekje te eindigen, iedere relatie weer. Omdat ik bedreigend ben. Smerig. Egoïstisch. Een kind dat geen beslissingen voor zichzelf kan nemen.

Jarenlang ging ik om met die angst door hem uit de weg te gaan. Door het alleen te doen, niemand nodig te hebben. Een grap van mezelf te maken. Door angst te laten winnen.

Ik werd betrapt door niet één, maar twee mensen.

Ineens kan ik mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Het antwoord op mijn vraag is blauwetegelsimpel, precies zoals Anny het zei: een relatie is niet de uiterlijke leukigheid. Niet hoe goed je angst en pijn uit de weg weet te gaan, maar hoeveel je overwint. Waardoor ik me voor het eerst in mijn leven sterker voel in plaats van zwakker. Meer mezelf dan ik ooit geweest ben.

.:.

Anny is opgestaan om een ansichtkaart halen, als aandenken. Het is een ansichtkaart van haar favoriete cactus, de Selenicereus grandiflorus, de Koningin van de Nacht. Hij bloeit alleen maar ’s nachts, als er geen andere mensen in de kas zijn.

‘Jullie redden het wel,’ zegt ze en geeft ons een knipoog. ‘Anny Cactus ziet zulke dingen.’ En daarna: ‘Hoe spel ik ‘succes’?’

In het eerste voorjaarslicht rijden we de Batsdijk af, terug naar de bewoonde wereld. Het is bijna twee jaar. Twee jaar geleden dat de storm begon. En ik ben nog steeds bang af en toe. Maar deze keer is het anders.

Deze keer ben ik voor het eerst in mijn liefde niet alleen.

Anny en Bert Cactus