De Onvrede van Utrecht

Posted on May 9, 2013

Bij dezen benoem ik april 2013 tot de maand van de Nationale Feestverwarring.

Er heerste verwarring of we nu Koninginnedag moesten vieren of Koningsdag, verwarring over het correcte gebruik van de voornaamwoorden ‘die’ en ‘dat’ en tenslotte, een heleboel verwarring om de feestdag die Utrecht voor zichzelf bedacht had: de driehonderdste verjaardag van de Vrede van Utrecht.

.:.

“De Vrede van hoe?” vroeg ik aan de liefde van mijn leven. Ik schaamde me een beetje. De hele stad was ingesnoerd in vlaggetjes. De A2 werd bezet door een showballet in tutu’s. Di-rect werd op de Dom gehesen. Hare Majesteit knipte ergens een lintje door. En al die tijd had ik geen flauw idee wat we nou eigenlijk aan het vieren waren.

Gelukkig was ik niet de enige. De liefde van mijn leven mompelde, net als de andere Utrechters die ik erover aansprak, dat het “iets met de tachtigjarige oorlog” te maken had. Maar daarop kon ik schermen met dat ene jaartal dat toevallig in mijn achterhoofd staat gebrand omdat het naast de Vrede van Münster ook ooit de Pincode Van Mijn Boodschappenpasje was: 1648. Een prachtige gelegenheid om het einde van de 80-jarige oorlog te vieren. Als we in Münster hadden gewoond. En het 1948 was geweest.

.:.

Ik sloeg er Wikipedia op na, terwijl op de achtergrond Utrecht gestaag doorging met het monopoliseren van alle kunst op haar pad en het kronen van Di-rect, het Soestvrijstaalfestival en Kanaleneiland tot bakens van hoop en vrede.

De Vrede van Utrecht bleek wel iets met Münster te maken te hebben, een soort Vrede van Münster 2.0, wat op Europees niveau het einde van heel veel politiek en religieus geharrewar betekende en op vaderlands niveau de inlijving van Venlo. Maar het betekende niet het einde van mijn verwarring.

.:.

Want al doorklikkend raakte ik verdiept in de rest van de geschiedenis van Utrecht.

De fundamenten die ooit een Romeinse stelling waren geweest. De dreiging van de Vikingen. De Franken en de Friezen die elkaar ter hoogte van de A2 decennialang de schedel inschopten. De tweehonderd jaar durende oorlog met Holland. De bezetting door de Spanjaarden. De Fransen, die dat anderhalve eeuw later nog eens dunnetjes overdeden.

Hoe meer ik las, hoe ridiculer ik de combinatie van ‘vrede’ en ‘Utrecht’ in één feestdag begon te vinden.

Want die oorlogszucht beperkt zich niet alleen tot de historie. Ook in mijn dagelijks leven hoor ik de weerbarstigheid van de Utrechtse ziel doorklinken: het ietsiepietsie meningsverschil tussen de Franken en Friezen verbleekt bij de bloederige briefjesdoorbrievenbussenstrijd die al jaren woedt tussen mijn buurtbewoners en dat enige koppige studentenhuis dat niet van wijken weet. De Buurtconifeer Boven Toegestane Erfafscheidingshoogte zorgde voor een ware oorlog tussen liefhebbers en contra-conifeerofielen. En zelfs op mijn eigen balkon is al jarenlang een patstelling gaande: zolang mijn buurman niet klaagt over mijn katten, klaag ik niet over zijn voorliefde om piemelnaakt op ons balkon te zonnen en aritmische scheten te laten op Wagner. Maar het is een wankele balans.

.:.

Dus waarom houden we onszelf voor de gek, Utrecht? Onze stad die vrede viert is net zoiets als een festival voor klassieke architectuur in Rotterdam. Of een spellingdictee georganiseerd door Daphne Deckers. Er zijn dingen die gewoon niet bij elkaar horen, maar is dat echt zo erg? Ik ben trots op de Utrechtse nukkigheid, die past in het rijtje: Nijntje, Vockingworst, aaaaagtelijke gladioool.

Dus bij dezen stel ik voor om gewoon de Onvrede van Utrecht te omarmen en ter verheuging van de feestvreugde Nieuwegein te bezetten of Oudewater te verwoesten. Dat is tenslotte waar we het allerbeste in zijn.